S.E. Scheepstra
 J.B. Weitkamp

www.WO2-verzet.nl

 
fig15
Henk Michel (Koos) op pasfoto met geöxideerde nietjes, (overgenomen uit S.E. Scheepstra, "Koos" Michel: Mijn verzet)
 
fig16
Joop Abbink (Apeldoornse Joop), 1943
 
fig17
 
fig18
 
fig19
Omslag van legitimatiebewijs, zoals dit na de bevrijding aan leden van de LKP werd uitgereikt door de LO-LKP Stichting
 
 
 
 
 

De overval op het Huis van bewaring in Arnhem op zondag 11 juni 1944.

- Het succes van de vierde poging, zondag 11 juni - 1.

Na het mislukken van de derde poging op donderdag vindt direct weer een bespreking plaats. Want de tijd dringt. Het is de vraag of Zwarts, om wie het in eerste instantie begonnen was, het nog lang kan volhouden. En Joop van Veldhoven rapporteert dat in de gevangenis allerlei nieuwe veiligheidsmaatregelen worden genomen, zoals het verdubbelen van de wachten 's avonds.
Dan oppert iemand het voorstel om het niet 's nachts of 's avonds te proberen maar midden op de dag. Bob werkt deze gedachte uit en besluit de overval uit te voeren op zondag 11 juni, tussen twaalf en twee uur, omdat er dan minder bewakers aanwezig zijn. En zo is het gegaan met deze overval, die de grootste gevangeniskraak uit de bezettingsjaren werd. Daarbij kwamen 54 gevangenen vrij.
Een van de overvallers was Henk Michel "Koos" ( fig. 15) uit Wierden. Ondanks zijn jonge leeftijd (21 jaar) had hij al een respectabele staat van dienst in het verzet opgebouwd. Jaren later vertelde hij over deze overval: "Wat mij achteraf het meest verbaasde van deze overval was, dat het zo gemakkelijk verliep. Alles ging bij wijze van spreken van een leien dakje. Hoe was dat toch mogelijk? Daarbij waren de volgende factoren van invloed:
- Het was goed georganiseerd onder leiding van Bob Scheepstra, die daarbij een kalmte uitstraalde die ons rust en vertrouwen gaf.
- Na de eerste nachtelijke poging om de gevangenis te kraken werd niet zo gauw een overval overdag verwacht.
- Het was op die zondagmorgen prachtig weer en dat lokte mensen naar buiten, zodat een aantal extra wandelaars niet opviel op het Walburgplein, waar de ingang van het Huis van Bewaring was.
- Aan het Walburgplein lag ook de uitgang van de Walburgkerk. Daar was de kerkdienst rond twaalf uur afgelopen waardoor er op dat tijdstip veel meer mensen op straat waren. Maar op de kerktoren van de Walburgkerk hadden de Duitsers een luchtwacht geïnstalleerd om vijandige vliegtuigen te signaleren. Die luchtwacht zou misschien niet vaak naar beneden kijken maar had wel goed zicht op het Walburgplein. Als algemeen consigne gold voor ons des te sterker: "gedraag je buiten de gevangenis zo gewoon mogelijk en val vooral niet op!"

Die zondagmorgen vertrokken de KP-ers met twee man tegelijk vanaf een woning aan de St. Jansbinnensingel. Op de afgesproken tijd staat iedereen op de aangegeven plaatsen. Bob staat zo opgesteld dat hij de voordeur van de dienstwoning van de directeur in de gaten kan houden. De anderen wandelen wat rond en houden vanuit de eigen posities Bob in het vizier.
Vooraf zijn posten uitgezet om de directeurswoning te observeren. Frouwke, de vrouw van Bob, wandelt wat heen en weer met de kinderwagen met daarin hun zoontje Jitze, die dan 15 maanden oud is. Dan blijkt dat ook de directeur van het mooie weer wil gaan genieten, hij gaat uit wandelen met zijn zoon. Frouwke volgt met de kinderwagen ongeveer dezelfde route. De wandeling van de directeur en zijn zoon duurt gelukkig niet lang. Zodra ze thuis zijn wordt dat aan Bob gemeld.
En dan gaat alles verder volgens plan. Johannes ter Horst doet zich weer voor als ds Rademaker. Deze keer heeft hij gezelschap van 'Petertje' (Petri van den Hengel), een ervaren koerierster die ook een pistool hanteren kan. Zij speelt de rol van echtgenote en is net als Johannes gewapend. Het domineesechtpaar vervoegt zich bij de dienstwoning van de directeur, om hem te spreken over enkele gedetineerden, die geestelijke en sociale hulp hebben gevraagd. Het is hetzelfde verhaal dat Johannes een paar dagen eerder ook had willen houden, het enige verschil is dat ze nu met zijn tweeën naar binnen willen gaan.
Het 'echtpaar' belt aan en als de deur open gaat staat daar de directeur, die de boodschap aanhoort en dominee en mevrouw uitnodigt binnen te komen.
Bob draagt een hoed en elke keer als hij zijn hoofddeksel oplicht is dat het teken dat een volgend groepje van twee man de directeurswoning kan binnengaan. Zodra hij het teken geeft, gaan de Twentenaren Geert Schoonman en Piet Alberts als eersten, en zo gaat het verder tot allen binnen zijn.
De overrompelde directeur toont zich bepaald niet bereid medewerking te verlenen en geeft pas onder dreiging met geweld de sleutels af. Ook de echtgenote laat van zich horen. Ze spreekt schande over het optreden van de indringers en over het ongelegen moment, "zo tegen etenstijd." Waarop een van de KP-ers geruststellend opmerkt: "Ik heb het gas al even uitgedaan, de piepers zullen niet aanbranden."
Dan kan de eigenlijke bevrijdingsactie gaan beginnen. De deuren tussen de woning en het Huis van Bewaring worden geopend en zo komen de KP-ers bij het portiersblok, vanwaar de cellengangen te bereiken zijn. In het voorgebouw is geen bewaking. De telefoons worden bezet en waar nodig uitgeschakeld, de bewakers worden zonder veel moeite overmeesterd en opgesloten in een cel.
Ieder heeft nu zijn eigen taak. Koos Michel vertelt naderhand: "Mijn plaats is bij de toegangsdeur van de gevangenis. Wanneer ongewenste bezoekers zich aanmelden moet ik een alarmsein geven aan mijn maat bij de tussendeur naar de gevangenis, die dan verder de nodige maatregelen moet nemen." Dat blijkt niet nodig te zijn.
En zo begint dan de bevrijding van de gevangenen. Allereerst degene om wie het begonnen was: E. Zwarts. Die zit geboeid in zijn cel op de bovenste verdieping samen met een andere gevangene.
Samen met zijn celgenoot wordt Zwarts direct uit de gevangenis naar buiten gebracht. Daar wachten twee begeleiders die hen op de fiets naar hun vluchtadres brengen.
Intussen is zijn Joop Abbink ( fig. 16) en Petertje van den Hengel naar de vrouwenafdeling gerend, waar zij met groot enthousiasme ontvangen worden.

-  -